Is de gemutste man misschien Aren Bakker?

Op een zelfportret van man met muts, dat al heel lang in de familie is, heeft Lucie Q. Bakker rond 1976 op de achterkant een sticker geplakt met de woorden: “J.A. Bakker, zelfportret”:

Lucie Bakker heeft indertijd het schilderij laten zien aan het Iconografisch Bureau (thans: RKD) en daar is deze toeschrijving gedaan. Daarbij speelde misschien een rol dat de gemutste man lijkt te schrijven en J.A. Bakker was schrijver van filosofische verhandelingen.

Toch begonnen we ons recentelijk af te vragen of deze toeschrijving wel klopte. Er is geen enkel door J.A. Bakker (1796-1876) geschilderd portret bekend en bovendien hield hij rond 1835 op met schilderen, terwijl het zelfportret van de gemutste man, qua kleding gedateerd moet worden ergens tussen 1830-1850. Van de oudere J.A. Bakker zijn trouwens foto’s in omloop die op geen enkele manier gelijkenis vertonen met de man met muts.

Zou dit een zelfportret van Aren Bakker (1806-1843) kunnen zijn, vroeg Wilma van Giersbergen zich hardop af. Volgens restaurator Jos Deuss heeft de man een tekenstift in de hand en zou het dus inderdaad een in ± 1835-1840 geschilderd zelfportret van Aren Bakker kunnen zijn. Deze conclusie wordt bevestigd door Robert-Jan te Rijdt die op 8 april meldde dat de gemutste man een oblong schetsboekje in de hand heeft (overigens wel een wat ongewoon dikke). Ook om die reden is hij dus zeker niet aan het schrijven, maar aan het tekenen.
Daar komt bij dat het – aldus Wilma – een erg goed geschilderd zelfportret is en dus om die reden van Aren Bakker kan zijn. Hij was inderdaad een verdienstelijk portrettist, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de manier waarop hij zijn broer, Franciscus, heeft geschilderd:

Portret van FP Bakker, broer van de kunstenaar

Om de hypothese van Wilma verder te verifiëren zijn we gaan kijken naar de overige (zelf)portretten die van Aren Bakker in omloop zijn. In de eerste plaats is dat een jeugdportret, gemaakt door zijn vader Cornelis Bakker in 1815. Hierop staat hij als negenjarige jongen met een lei in zijn hand. Naast hem staat zijn broer Franciscus, die een boek in zijn hand heeft:

Het is moeilijk te zeggen of de negenjarige jongen dezelfde persoon is als “onze” gemutste man. Uitgesloten is dat echter beslist niet. Laten we echter verder kijken.
Er bestaat van een portret van Aren Bakker gemaakt door J.E.J. van den Berg in 1834-1835. Van den Berg heeft in de jaren 1830-1845 diverse vrienden (waaronder vooral kunstenaars) geportretteerd en later samengevoegd in een drietal portretgalerijen, die thans eigendom zijn van het Haags Historisch Museum. Op de hieronder afgebeelde portretgalerij moet rechtsonder het portret van Aren Bakker te zien zijn:

Groepsgalerij gemaakt door J.E.J. van den Berg, waarbij hij zijn vrienden (vooral kunstenaars) heeft afgebeeld. Eigendom van het Haags Historisch Museum.

Opvallend is dat de man, die rechtsonder is afgebeeld, niet meteen op de negenjarige jongen lijkt en ook niet op “onze” gemutste man. Wel is het zo dat de man kleren aanheeft die sterke verwantschap hebben met die van “onze” gemutste man.
Restaurateur Jos Deuss ontdekte rechtsboven in de portretgalerij een man met muts die misschien Aren Bakker zou kunnen zijn. Is denkbaar dat lange tijd ten onrechte de verkeerde man als het portret van Aren Bakker is aangewezen? En nog belangrijker: is het wel 100% zeker dat de man rechtsboven een zekere Jean Verbeke is, zoals tot nu toe werd vermoed? Deze Jean Verbeke was de zoon van J.F. Verbeke, die in 1829 Nederlands consul was van de beide Siciliën. Dit laatste blijkt uit de “Almanach de la Cour des provinces méridionales de la ville de Bruxelles, pour l’an 1829”, p. 98.
Kan er, zeker nu deze consulzoon een kunstenaarsmuts lijkt te dragen, een persoonsverwisseling hebben plaatsgevonden? Wilma acht een dergelijke verwisseling niet waarschijnlijk. Zij schreef op 27 maart 2021:

“Ik zou daar niet van uitgaan. De portretten waren afkomstig uit de nalatenschap van Van den Berg (hij overleed in 1861) en zijn in het Haags museum terechtgekomen waar het in 1874 nog zelfstandige portretten waren. Daar zijn ze min of meer chronologisch bij elkaar gegroepeerd, onbekend door wie en onbekend wanneer, maar in elk geval voor 1890. Het lijkt me dat ze per portret gedocumenteerd waren, toen ze daar aankwamen”. Over het feit dat de man rechtsboven een kunstenaarsmuts draagt schrijft zij: “Het waren nu juist de ‘heertjes’ zoals ze smalend genoemd werden (door o.a. C.C. Huijsmans) die zich in dergelijke outfit lieten portretteren, net als de kunstenaars. Ze wilden artistiekerig doen maar hoefden er niet van te leven. Even uit je burgerlijke milieu stappen en laten zien dat je ‘progressief’ bent.”

Enige dagen later, op 2 april 2021, schreef Wilma het bewijs te hebben gevonden dat de man rechtsonder op het schilderij uit het Haagse Museum, met zekerheid Aren Bakker voorstelt. Dit blijkt uit tekeningen die in 1939 door het Rijksprentenkabinet zijn gekocht en afkomstig zijn uit de verzameling van Anton Wilhelmus Mari Mensing (1866-1936). In deze collectie tekeningen bevinden zich voorstudies van de portretten die J.E.J. van den Berg maakte voor de portretten die in Haags Historisch Museum terecht zijn gekomen. Het betreft voorstudies van Jan Hendrik van de Laar, Louis Gallait en Aren Bakker. Van deze laatste kunstenaar bezit het Rijksprentenkabinet twee getekende voorstudies:

Twee getekende portretten van Aren Bakker door J.E.J. van den Berg, Rijksprentenkabinet Amsterdam.

Kunnen we nu concluderen dat de gemutste man een zelfportret van Aren Bakker is? Jos Deuss denkt van wel. Bij het restaureren van de gemutste man kwam hij op 29 maart tot de volgende conclusie:

“Ik denk intussen vrijwel zeker naar een zelfportret van Aren Bakker te kijken. Technische gebreken wijzen op een voorzichtige, aarzelende schilderwijze. Bijvoorbeeld, de muts zit niet overtuigend op zijn haardos (die rossig/bruin, met de haarkleur van de jongen met de lei overeenkomt!). Sommige onderdelen zijn schetsmatig gebleven; de ondergrond is daar zichtbaar gelaten. De achtergrond is vlekkig en gehaast als in een opzet aangebracht, maar dit pleit weer voor een spontane zelf betrachting waarbij naar een vlotte gelijkenis werd toegewerkt.”

Constantijn Bakker, 26 maart 2021.

Met dank aan Wilma van Giersbergen die veel informatie verschafte en een boeiend artikel publiceerde over de door J.E.J. van den Berg geschilderde portretten in het Rotterdams Jaarboekje 2002, pp 283-316, onder de titel “De galerij der Rotterdamse artiesten”.