Wilma van Giersbergen: Op zoek naar werk – De productieve kunstenaarsfamilies Hauck-Bakker-Van de Laar in Rotterdam 1770-1920.

Met kasboek van de historieschilder Jan Hendrik van de Laar.

Voorjaar 2018 verscheen het boek van Wilma van Giersbergen ‘Op zoek naar werk: de productieve kunstenaarsfamilies Hauck-Bakker-Van de Laar in Rotterdam 1770-1920’. Naast de boeiende 18e eeuwse kunstenaar A.C. Hauck (1742–1801), besteedt Wilma van Giersbergen veel aandacht aan de historieschilder J.H. van de Laar (1807–1874). Het kasboek van deze laatste kunstenaar is bewaard gebleven. De transcriptie daarvan staat in bijlage 9 van het boek. Hans van Herwijnen heeft in het boek een belangrijke bijdrage geschreven over de decorateurs in de families Bakker en Van de Laar. Dit onderdeel laat foto’s zien van decoratieontwerpen voor Rotterdamse gebouwen die inmiddels verloren zijn gegaan.

Naast de boeiende 18e eeuwse kunstenaar A.C. Hauck (1742–1801), besteedt Wilma van Giersbergen veel aandacht aan de historieschilder J.H. van de Laar (1807–1874). Het kasboek van deze laatste kunstenaar is bewaard gebleven. In bijlage 9 van het boek wordt de inhoud daarvan weergegeven.

Op 7 september 2018 werd — onder grote belangstelling — het boek van Wilma van Giersbergen feestelijk gepresenteerd ten huize van de uitgever, Ad Donker te Rotterdam. Thans is dit boek bij de boekhandel en de uitgever verkrijgbaar voor de prijs van € 15. Donateurs die een minimum donatie van € 20 aan de Stichting doen, krijgen het boek als welkomstgeschenk gratis toegestuurd. Als u overweegt donateur te worden, kunt u contact opnemen met de secretaris: info@cornelisbakkerfoundation.eu

Nadere informatie over het boek is te vinden op de site van uitgeverij Ad Donker te Rotterdam.

De Pers over het boek:

Kroniek Historisch Genootschap Roterodamum:
(…), het bijzondere van dit boek is dat het de ateliernalatenschap beschrijft (met gedegen informatie in overzichtelijke bijlagen) van de betrokken kunstenaars. Voor zover bekend zijn er in Nederland slechts vier achttiende eeuwse ateliernalatenschappen in particulier bezit die (gedeeltelijk) intact zijn gebleven. De hier beschreven collectie wordt beheerd door de Stichting Cornelis Bakker-Collectie. In een ateliernalatenschap bevinden zich ook tekeningen en prenten van derden die de kunstenaars gebruikten als voorbeeld. Het is het geheel dat de publicatie zo interessant maakt. We zien de kunstenaars in (zelf)portretten – zie bijvoorbeeld de roerende portretten van August Christian Hauck op jongere en latere leeftijd p. 54/p.100 – en we zien hun werk dat in de beschreven periode vanzelfsprekend meer in het teken stond van ‘vakmanschap is meesterschap’ dan van vrije expressie. Het boek staat vol wetenswaardigheden over het Rotterdamse kunstleven.

Dat de kunstenaars veel moesten ‘bijklussen’ als decorateur (bijv. Hendrik Bakker), decorschilder of illustrator (affiches, bijv. Frans Bakker, prijswinnend affiche voor de Rotterdamsche Nijverheidstentoonstelling, 1905) draagt bij aan de veelzijdigheid van het ruim en goed geïllustreerde boek. Allerlei genres komen voorbij.

Jan Hendrik van de Laar is al even genoemd als historieschilder. Geschiedenis in de 19e eeuw staat, na de Franse tijd, in het teken van de Hollandse natie. Daarvan getuigt bijvoorbeeld het schilderij (1861) ‘Een episode uit het beleg van Leiden’. Van de Laar liet zich mede inspireren door stadgenoot en dichter Hendrik Tollens (Wien Neêrlands bloed). Mogelijk kenden ze elkaar. Tollens was behalve dichter ook koopman in verfstoffen.

De herwaardering voor dit soort Romantisch/nationalistische schilderkunst kwam in 1978 met de tentoonstelling ‘Het Vaderlandsch Gevoel’ in het Rijksmuseum, met vier werken van Jan van de Laar. Het boek van Wilma van Giersbergen effent eveneens de weg voor een herwaardering van het werk van een aantal Rotterdamse kunstenaars die 150 jaar lang hun stempel hebben gedrukt op het kunstleven in Rotterdam en waarvan werken te vinden zijn in onder meer het Stadsarchief Rotterdam, Museum Rotterdam, de Atlas van Stolk, het Mariniersmuseum Rotterdam en het Museum Boijmans van Beuningen.

René Spork (december 2018)

NBD Bilbion:
(…). De auteur beschrijft delen van de omvangrijke Cornelis-Bakker-Collectie met ruim duizend tekeningen van Rotterdamse kunstenaars uit genoemde families en daarmee een gedetailleerde geschiedenis van het Rotterdamse kunstleven tussen 1770 en 1920. Vooral het oeuvre van Van de Laar wordt besproken, soms charmant maar voor nu toch minder aantrekkelijk.

De studie, met veel kleur- en zwart-witillustraties en talrijke portretfoto’s, wordt besloten met honderd bladzijden bijlagen, waarin onder meer lijsten van de werken van acht kunstenaars, literatuurlijst en register.

Substantiële Rotterdamse aanvulling op de standaardwerken van Marius (1903), Knoef (1947/48) en Robert-Jan te Rijdt (1994). Alsmede op ‘Rotterdamse meesters’ (2012) van de auteur.

De herwaardering voor dit soort Romantisch/nationalistische schilderkunst kwam in 1978 met de tentoonstelling ‘Het Vaderlandsch Gevoel’ in het Rijksmuseum, met vier werken van Jan van de Laar. Het boek van Wilma van Giersbergen effent eveneens de weg voor een herwaardering van het werk van een aantal Rotterdamse kunstenaars die 150 jaar lang hun stempel hebben gedrukt op het kunstleven in Rotterdam en waarvan werken te vinden zijn in onder meer het Stadsarchief Rotterdam, Museum Rotterdam, de Atlas van Stolk, het Mariniersmuseum Rotterdam en het Museum Boijmans van Beuningen.

A. van Renssen (23 januari 2019)